Op deze pagina leest u de belangrijkste wijzigingen in de energiebelasting die in 2027 ingaan en in 2026 zijn ingegaan. Ook de plannen die voor de jaren daarna al bekend zijn, kunt u hier teruglezen.
Op Prinsjesdag 2026 heeft het kabinet de voorlopige belastingplannen en energiebelastingtarieven voor 2027 gepresenteerd.
Deze plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer behandeld worden, en zijn daarom nog niet definitief.
Tariefwijzigingen energiebelasting voor aardgas en elektriciteit
Voor elektriciteitsverbruik tot 10.000 kWh daalt het energiebelastingtarief in 2027 met ongeveer 0,3 cent per kWh naar € 0,08802 per kWh (excl. btw). Voor aardgasverbruik tot 170.000 m3 stijgt het tarief met ongeveer 1,6 cent per m3 naar € 0,61628 per m3 (excl. btw).
Vermindering energiebelasting vrijwel ongewijzigd De vermindering energiebelasting (heffingskorting) voor elektriciteitsaansluitingen met een verblijfsfunctie blijft in 2027 vrijwel gelijk. Het jaarlijkse bedrag bedraagt € 519,58 (excl. btw).
Compensatie glastuinbouw voor bijmengverplichting groen gas
Het kabinet wil de glastuinbouwsector in 2027 via de energiebelasting compenseren voor de kosten van de bijmengverplichting voor groen gas. Dit geldt alleen als deze bijmengverplichting daadwerkelijk per 2027 wordt ingevoerd.
Voor verbruik tot 1.000.000 m3 blijven de tarieven naar verwachting grotendeels gelijk aan die van 2026, in plaats van de eerder vastgestelde verhoging per 2027. Voor verbruik tussen 1.000.000 m3 en 10.000.000 m3 wordt juist een verlaging van ongeveer 10 cent per m3 verwacht.
De compensatie per m3 valt naar verwachting hoger uit dan de geraamde meerkosten van de bijmengverplichting. Dit komt doordat binnen de glastuinbouw vaak slechts een beperkt deel van het aardgasverbruik belast is met energiebelasting als gevolg van de vrijstelling voor elektriciteitsproductie.
De voorlopige tarieven voor de glastuinbouw zijn nog niet door de overheid gepubliceerd. Zodra deze beschikbaar zijn, worden ze opgenomen in het tarievenoverzicht.
Het kabinet neemt in 2027 daarnaast een besluit over een eventuele compensatieregeling voor de jaren 2028 en verder.
Belastingvermindering vanaf 2030 alleen voor huishoudens
In de Miljoenennota heeft het kabinet aangekondigd dat de vermindering energiebelasting vanaf 2030 wordt beperkt tot huishoudens. Op dit moment geldt deze vermindering nog voor alle elektriciteitsaansluitingen met een verblijfsfunctie, zowel voor huishoudelijke als zakelijke aansluitingen.
Eerder aangenomen wijziging voor 2027
In een eerder belastingplan is onderstaande wijziging vastgesteld. Deze wijziging is al door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd en is daarmee definitief.
Beëindiging salderingsregeling per 2027
De salderingsregeling voor kleinverbruikers stopt op 1 januari 2027. Vanaf dan verrekent een energieleverancier de teruggeleverde zonne-energie van een kleinverbruiker niet langer met de afgenomen elektriciteit. In plaats daarvan ontvangt een kleinverbruiker een terugleververgoeding voor elke kilowattuur die aan het elektriciteitsnet wordt geleverd.
Wijzigingen in 2026
In 2026 zijn onderstaande wijzigingen ten opzichte van het belastingplan van 2025 ingegaan.
Tariefwijzigingen energiebelasting voor aardgas en elektriciteit
Mede als gevolg van eerdere belastingplannen is het energiebelastingtarief voor aardgas in 2026 verhoogd voor verbruik tot 10 miljoen m3. Dit geldt zowel voor regulier aardgasgebruik als voor aardgas dat wordt ingezet in de glastuinbouw. Tegelijkertijd is het tarief voor elektriciteit gedaald. Bekijk hier het volledige tariefoverzicht.
Vermindering energiebelasting minder verlaagd dan gepland
De vermindering energiebelasting (heffingskorting) voor elektriciteitsaansluitingen met een verblijfsfunctie is minder verlaagd dan eerder gepland. In 2026 bedraagt deze heffingskorting € 519,80 (excl. btw), in 2025 was dit € 524,95 (excl. btw).
Versoepeling CO2-heffing voor industrie
Industriële bedrijven die veel CO2 uitstoten betalen een CO2-heffing boven op de Europese emissiehandel (EU ETS). Met deze heffing wil de overheid bedrijven stimuleren minder CO2 uit te stoten. Door onder andere het minimum CO2-tarief te verlagen tot onder de verwachte EU ETS-prijs, verwacht het kabinet dat bedrijven structureel geen CO2-heffing hoeven te betalen. Dit geldt niet voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s). Voor AVI’s wordt het tarief juist stapsgewijs verhoogd naar € 295,- per ton CO2 in 2030.
De CO2-heffing verloopt niet via energieleveranciers, maar wordt rechtstreeks door de overheid geïnd. Volg voor meer informatie en updates de website van de Rijksoverheid.
Benchmarkrendement voor elektriciteitsproductie stijgt
Bedrijven die elektriciteit of gas gebruiken voor de productie van elektriciteit (bijvoorbeeld met een Warmte-Kracht-Koppeling (WKK), komen in aanmerking voor een vrijstelling van energiebelasting. De hoogte van de vrijstelling hangt af van het rendement van de installatie en welk deel van de geproduceerde elektriciteit u teruglevert aan het net en welk deel u zelf verbruikt.
In 2026 is het benchmarkrendement voor elektriciteitsproductie verhoogd naar 43,2% (0,2635 Nm3 per kWh) voor zover de elektriciteit wordt teruggeleverd aan het net. Dit wordt stapsgewijs verhoogd naar 60% in 2030. Voor geproduceerde en zelf verbruikte elektriciteit bedraagt de vrijstelling maximaal 0,1498 Nm3 per kWh. Heeft de installatie een lager rendement, dan betaalt u energiebelasting over het meerverbruik aan aardgas.
Verlaagd tarief voor waterstof vanaf 2026
Sinds 2026 geldt een lager energiebelastingtarief voor waterstof (bij energetisch gebruik als vervanger van aardgas). Dit tarief is gelijkgesteld aan het tarief voor elektriciteitsverbruik boven 10.000.000 kWh (met een verwacht tarief van € 0,00301 per kWh). Tot en met 2025 had waterstof nog hetzelfde belastingtarief als aardgas. Het tarief geldt voor alle soorten waterstof: groen, blauw en grijs. Let op: het verlaagde tarief geldt niet voor de levering van waterstof die is bijgemengd met aardgas. Hiervoor blijft het reguliere energiebelastingtarief voor aardgas gelden.
Uitbreiding van de vrijstelling voor elektriciteitsverbruik bij waterstofproductie
Vanaf 2026 is de vrijstelling voor elektriciteitsverbruik voor de productie van waterstof uitgebreid. Tot 2026 gold de vrijstelling alleen voor het elektrolyseproces. Sinds 2026 geldt deze vrijstelling ook voor het elektriciteitsverbruik bij andere stappen in het proces, zoals het zuiveren en ontzouten van water en het comprimeren van waterstof.
Browserupdate aangeraden
Je browser wordt niet meer ondersteund. Gebruik Edge, Safari, FireFox of Chrome om Engie optimaal te kunnen gebruiken.